In de isoleercel overdenk ik mijn zonden. Helemaal geïsoleerd knabbel ik aan het droge brood. Niet alleen, want naast me trippelt een muisje van cel naar cel zoals de vogels vroeger van Oost naar West Berlijn. Het muisje kijkt me vragend aan: hoe ben je hier toch zo terecht gekomen? Ik vertel.

Het plan was goed. Maandenlang uitgedokterd hoe ik de plaatselijke bank zou kunnen beroven. In het diepste geheim de blauwdrukken bestudeerd, het reilen en zeilen in en om de bank in de gaten gehouden en gefantaseerd wat ik met het geld zou doen. Als een echte Robin Hood wilde ik uit gaan delen. Goede doelen, sponsoring, een feestje voor de buurt of mijn fietsvrienden. Maar ook aan mezelf, aan die prachtige fietsen waartussen ik maar geen keuze kon maken. En vooral aan die ene waarvoor mijn hart sneller ging slaan.

Dat ik de dag na Valentijnsdag zo verliefd zou worden, dat heb ik over mezelf afgeroepen. Het werd een stormachtig weekeinde. Ik moest er snel bij zijn, dus zorgde ik dat ik er voor Dennis was. Een arrogante blaaskaak die alleen maar hoog van de toren blaast. 

De fietsenzaak stond vol met prachtige exemplaren. Rood, geel, zwart, blauw, groen…alle kleuren van de regenboogtrui van Annemiek van Vleuten. Voor in het veld – net als Mathieu – op de weg – net als Mathieu – of op alle terreinen – net als Mathieu…. En ik, ik mocht er op rijden. Het muisje luistert ademloos hoe ik die dag beschrijf.

Eerst met die lichtgrijze epische S-Works mountainbike. De stad uit en de bossen opzoeken. Ligt hier nog ergens een mooie route? Dan zie ik daar het rode driehoek met twee cirkels. Ik zit goed! Draaien en keren op een nieuwe route. De banden van mijn Epic snijden door de kombochten, splijten het modder en grijpen zich vast in de mulle ondergrond. Soepel draaien mijn benen rond en schakelt de fiets op en af met het elektrisch schakelen van SRAM E-tap. Het is officieel…. ik ben verliefd.

Klokslag twaalf moet ik terug zijn bij de fietsenzaak en is het ATB sprookje uit. Waar een nieuwe liefde zich opdringt. Strak gepolijste vormen, agressieve stekjes en een stuur in de vorm van een Stealth vliegtuig. De Venge is een aerofiets. “Elke trap is raap” zegt de verkoper glunderend terwijl hij mijn pedalen monteert. En dat bleek waar, want het beest wil alleen maar vooruit! Met Dennis op mijn hielen zet ik voor de wind heel even aan. Mijn Garmin maakt overuren en loopt snel op van 30, naar 40, naar 50 en zelfs over de 60 kilometer per uur. En toch…”is dit alles…” , ik keer terug naar de fietsenzaak.

En daar staat ze. Ze noemen haar asfalt. Hoe episch ook de Epic, hoe snel ook de Venge, bij het zien van de Tarmac gaat mijn hart sneller slaan. Misschien komt het omdat ik harder moet werken, omdat ze speelser is of gewoon omdat ze zo heerlijk aanvoelt. Ze is snel, wendbaar, lichtvoetig en ziet er prachtig uit. Alleen over haar garderobe ben ik nog wat onzeker. In haar kledingkast hangt het saaie grijs, het spannende blauw, het speelse geel en het opwindende rood. Van werkkleding tot design jurken. Alleen naakt is ze niet te krijgen. Ik ben tot over mijn oren verliefd.

We hebben een date. En terwijl we samen hetzelfde rondje doen als met de Venge staat nu de tijd een beetje stil. De topsnelheid van voorheen halen we niet, maar Tarmac gaat maar door en door. Gepassioneerd snijdt ze door de wind alsof deze niet bestaat. Bij Hooghalen draaien we voor de wind aan en wil ze meer, sneller, harder! Prinsheerlijk berijd ik haar en wordt ons samenspel op Strava bekroond met een beker. 

Onze liefde was echter van korte duur. Bij de fietsenzaak vertelden ze me de prijs van een duurzame relatie. Ik moest haar daar achterlaten, niet wetend of we elkaar ooit weer zouden zien. Ik besloot een bank te beroven om het geld bij elkaar te schrapen en haar hart voor altijd te veroveren. Maar ik was niet gehaaid genoeg. Ik werd gepakt en nu zit ik hier. 

Het muisje plingt een traantje weg. Ze kijkt me geëmotioneerd aan. Wat een liefdesverhaal, wat een passie. “Kus me” zegt ze dan ineens, “Kus me en ik verander in je droom fiets”. Vol verbazing kijk ik het muisje aan. Grijs als asfalt, snel als de wind, wendbaar als een haas en speels als een kitten staat ze voor mij. Haar snorharen trillen van opwinding, ik tuit mijn lippen. Zou dit echt zo’n sprookje kunnen zijn?

Geef een reactie